Fietsen is grandioos. Behoord voor mij tot de leukste zaken die er zijn. Naar buiten. De wind door je helm. Het geluid van de banden op de weg. Het zachtjes snorren van de ketting. iets lekkers in je achterzak en in je bidon. De weg voert waar je gaat.
Maar fietsen is nog leuker als de benen sterk zijn, de longen krachtig, het hart kan kloppen, de conditie goed. Daar moet je niet voor fietsen, maar daar moet je voor trainen. Hard trainen. Trainen is niet zomaar fietsen. Maar dat is dagen maken, herhalen, intervallen, consequent doorgaan, rusten, alles om beter te worden.
Ik train met Join. Laat me nog wel eens verleiden om te fietsen, maar weet dat ik door te trainen beter wordt. De moeite waard als je een doel voor ogen hebt en je kunt houden aan wat er aangeboden of verplicht wordt om te doen.
Jammer dat er soms ook andere afleiding is. Maar volgens de trainer achter Join moet je dan keuzes maken. Voor het trainen wel te verstaan.
Terwijl de Paardenvoetjes zachtjes over het dak trippelden n het huis vol logés zat, moesten de benen natuurlijk ook aandacht krijgen. Voor mij werd het een weekend op de Kickr in Zwift. Een uur voor dag en dauw en voor dat de rest tot leven kwam.
Vervelend is het dan als je, je er toe zet en je voorband leeg is.
Gelukkig niet echt leg, maar een loszittende ventielverlenger.
Om de verbruikte koolhydraten weer aan te vullen was er genoeg marsepein en suikergoed.
Fietsers bekennen graag dat ze fietsers zijn. Zeker in deze tijden waarin fietsen tot het nieuwe golfen verworden is. Inmiddels kan het in en met van alles. Ook met een kleine verwijzing, als met een gele trui gele pen, of meer opvallend met fietsers er op.
Persoonlijk ken ik geen fietser met een beetje competitie in zich die dit niet zou willen. Een prijs. Een beker om te winnen. Één keer op top van dat podium. Stralen. Als het even kan met het Wilhelmus er bij. Bij voorkeur in Italië, waar de rondemiss soms nog rondemiss mag zijn.
Maar persoonlijk ken ik geen fietser met een beetje competitie in zich die dat niveau weet te halen.
Ik al zeker niet.
Gelukkig is er dan dit. Kun je ook nog eens de winteravonden of dagen mee vullen, waarop fietsen niet tot de mogelijkheden behoord.
Voor wie er in deze tijden aan denkt, het is Oekraïens. De Russische tekst is met de sticker met Italiaanse instructies overplakt.
Als het gelukt is om te maken, kan of het wiel of de wielrenner, of misschien wel beiden, bewegen.
Als hij af is zet ik stiekem een keer het Wilhelmus aan.
Het prof bestaan. Ik heb er geen idee van. Zeker niet van dat van een profwielrenner. Dromen kan. Dromen mag. Maar de meeste zijn bedrog. Zelfs als je er een liedje over zingt kan je droom op een nachtmerrie uitlopen.
Het is een “harde stiel”, zoals de Vlamingen zeggen. De weg er naar toe. De plek er in. Als je wint dan heb je vrienden. Als je iets anders bent heb je het soms lastig.
Een boek over twee vrienden die ieder op hun eigen manier de weg vinden naar het Pro-Tour contract en hun verdiende plek in het peloton hebben. Een extra plot wending in Polen. Het verhaal is bekend, maar nog nooit zo opgeschreven als door Menno Haanstra. Je wordt er stil van.
Fabio & Julius. 8 jaar van hun wielerleven. Of zoals Renaat Schotte het beschrijft: Verplichte lectuur voor mensen met een derailleur in het hart.
Getwijfeld of ik er een paar woorden aan moest besteden. Ik doe het toch. Het doet me namelijk toch wel wat.
Alex Dowset schreef het mooi: Niemand verdient het om niet terug te komen van een fietsrit.
Zo is het maar net.
Voor wie de koers gevolgd heeft de laatste decennia, is de naam Rebellin geen onbekende. Een grote bekende zelf. Concurrent van onze hoop in die jaren, Michael Boogerd. Beiden niet van onbesproken gedrag. Wie was dat wel in die jaren?
Bijna een leeftijdsgenoot van mij. Zeker van Lucio. Lucio won een wedstrijd in zijn jonge jaren waar Rebellin tweede werd. In Torbole zit het verdriet diep. Davide heeft niet altijd geluk gehad in zijn leven, was het bericht dat ik kreeg. Fietste uit noodzaak en liefde voor de fiets.
Sterven tijdens hetgeen je het liefste doet heeft iets tragisch, maar daarin ook weer iets moois.
Fietsen en bier. Het gaat goed samen. Achteraf je vocht huishouding aanvullen met wat het zelfde is als een boterham met kaas. Oud bruin hoeft het blijkbaar niet te zijn, want fiets bier is er in alle soorten en maten. Vernoemd naar Belgische bergjes of de fase waarin je kunt zijn.
Of nog beter, het plezier dat je kunt hebben met het fietsen. Voor welke podium plaats dan ook.
Alleen zorgt de alcohol voor een belabberd herstel en heb je de volgende dag meer moeite om nog een rondje te fietsen. Maar dat is iets voor de volgende dag en kan weer extra fijn zijn voor je alcoholvrije fietsmaat.
We tellen weer af naar kerstavond. In 24 stappen. Ook de fietser telt af. Naar de start van de Festive 500. Met angst en beven soms.
Fietsers moeten eten. Goed eten. Koolhydraten om de dag door te komen. Energie om de pedalen rond te laten gaan. Als het langer en niet te snel gaat dan is een Clif Bar een fijne begeleider. Een smakelijke koolhydraten rijke snack die alleen niet zo heel snel weg hapt. Dus niet voor de volle inspanning. In verschillende smaken te vinden.de een nog lekkerder dan de ander. Misschien soms het verstandigere alternatief in plaats van de bekende chocolade repen.
Iedere november is het weer het zelfde liedje. Ik laat de teugels een klein beetje vieren. Sociaal boven de fiets. Maar bij het vieren verlies ik de teugels en dat terwijl ik me echt voorgenomen heb om met een betere conditie de maand december in te gaan om het tussen kerst en oud en nieuw niet al te zwaar te hebben.
Dit jaar is niet anders. Ik weet niet eens meer waar de teugels zijn. Daarbij zakt me dan de moed in de schoenen en als we zo door gaan dan staat mijn fiets eerder bij de wilg om opgehangen te worden dan als stalen ros te steigeren op weg naar een prachtig nieuw seizoen.
Het roer moest dus om en vrijdag is daar een begin mee gemaakt. Nog een keer naast de fiets, maar soms moet dat ook gebeuren.
Zaterdag er daarom op uit. Goede zin, maar wetend dat ik niet de zin van september moest hebben. Dat zou ik echt niet volhouden. Liever nu iets meer met verstand en het consequente volhouden dat ze bij Join zo graag zien dan in één dag over de kop. Het werd een (klassiek) rondje Vechten en Gooien. Ik ben nog iedere keer blij dat Ron H me deze route heeft geleerd en dat ik hem inmiddels op mijn duimpje ken.
Op de terugweg ging ik over de nieuwe brug over de Waterlandse weg. Mooie brug, maar een ellendig smal fietspad dat er op volgende. Geen idee wat ze daarbij gedacht hebben.
Zondag. Regen en fris. Voor buiten vond ik het nu te veel van het goede ook al zag ik achteraf dat degenen die in 2023 echt grote plannen hebben wel buiten te vinden waren. Voor mij werd het Zwift. Net op tijd voor de leuke zondag groep. Een uur meetrappen vond ik voldoende. Nieuwe route op Makuri Island. Erg leuk. Niet te zwaar, maar met voldoende uitdaging.
Zo keek ik naar mijn berg die E twee jaar geleden al weer op de muur heeft geplakt. De tijd vliegt. Afgelopen jaar was ik voor het eerst aan de voet. Misschien dat ik er nog eens naar boven rijd. Soort van Bucket list dingetje.
Het roer staat weer de juiste richting op.
Nu het stevig in handen houden. De komende dagen, weken en maanden.
De vrijdag zou verregenen was de voorspelling. Ik had al voorzichtig een blik geworpen op mijn Wahoo Kickr. Maar wat bleek, de vrijdagochtend was droog. De wegen dan wel nat, maar niets om je niet tegen te kunnen kleden.
Onderweg was het goed te merken dat het een heel stuk frisser was dan een week geleden. Om de kans op neerslag helemaal te ontlopen hield ik de ronde kort. Maar wel buiten. Een plek die ik de rest van de week nog weinig had gezien.
Zaterdag. Plannen om mijn peet oom en tante te bezoeken. Maar na een aantal motivatie video’s bekeken te hebben, wist ik dat ik toch echt een uur op de Kickr moest rijden. Dus weer een uur achter de pacemaker aan. Een ritme. Niet wegrijden. Er bij blijven.
Dat ging goed. Alleen was ik vergeten om min. Bidon mee te nemen en verder leeg te drinken. Deed ik aan het einde van de dag pas.
Zondag. Winter aangekomen in Nederland. Waar die vandaag was gekomen was me een beetje ontgaan. Maar door de droge dagen er voor, durfde ik er wel op uit te gaan. De kans op gladde wegen zouden er ‘s ochtends niet zijn.
Winterse pak aangetrokken, Buf voor mijn mond om de ademhaling warmer te maken. Warme overschoenen over merino sokken van Sockeloen.Hopelijk was het genoeg.
Tijdens min eerste kilometers waren mijn handen koud, maar die werden warm. Het kon. Jet komen van de teruglopende temperatuur die ik op mijn Wahoo zag verschijnen. Na -9 hield hij gelukkig op.
Maar al fietsend vind ik het allemaal niet zo erg. Ik ging zelfs bij Nijkerk de polder uit om via Spakenburg verder te gaan. Trappen maar.
Bij Eembrugge kwam ik er achter dat ik aan E niet door had gegeven dat ik buiten aan het fietsen was. Die lag een deel van de tijd ergens op een yoga matje lenigheid, kracht en haar innerlijk te zoeken. Ik deed het zelfde op mijn zadel.
Beetje bij beetje werden mijn voeten kouder. Je zou voor minder. Warmer dan -6 werd het namelijk niet.
Lekkere gemiddelde temperatuur
Zo trainde ik op deze eerste echte winterdag, die niet meteen opgevolgd gaat worden. Ik had een deel van de dag wel een deken nodig om weer helemaal op temperatuur te komen. Hun herinneren mijn tenen nog een beetje aan de rit. Komt van een keer bevroren geweest te zijn bij een Festive 500 toen echt de ijspegels aan me hingen. Viel het vandaag allemaal nog best wel mee.