Risicomijdend, dat is een woord dat wel goed bij me past. Al te gek doe ik zeker niet, kies graag de veiligere weg, zekerheid en denk goed na voordat ik ergens aan begin. Waar sommigen er gewoon invliegen en wel zien waar het schip strandt, ben ik meer weloverwogen.
Met dat in gedachten heb ik gisteren iets gedaan dat afgeraden wordt en onder het kopje: dit is geen goed idee, wordt genoteerd.
Op een nieuwe fiets, waar je nog geen centimeter op gereden hebt, een afstand van 180 kilometer rijden, dat je een aantal maanden geleden voor het laatst hebt gedaan en de keer die twee weken geleden nog een beetje in de buurt kwam reed je in een groepje van vier, waarbij gedeelde smart halve smart was, in temperaturen die makkelijk de 30 graden aan zouden raken, terwijl het in Nederland eerder rond de 20 was en waarbij je zeker wist dat de laatste 100 kilometer met tegenwind gereden moesten worden.
Een recept voor en lijdensweg.
Maar wat had ik er een zin in. Met dank aan het thuisfront was het ook geen probleem om het te doen. Nog iemand weten hoe ik het tref en getroffen heb met E?

Aan het ontbijt een stevige bodem gelegd. Gelukkig heb ik geen moeite met ontbijten en de broodjes met honing smaakten dan ook goed. Bidons klaarmaken, het eten voor onderweg verzamelen, iedere 20 minuten drinken en iedere 35 eten, nieuwe shirt pakken en klaar.

Spannend design dat shirt voor mijn doen. Cadeau van E en past ook wel bij een rit als vandaag waar de gekkigheid overheerst.

Het vertrek was bij Hotel Rosskopf in Sterzing, bekend van de start van de tolpoorten op de A22. Een fijn hotel, maar toch een flinke rit vanuit Nederland. Zeker elektrisch.
Ik had de route ingeladen via Strava op mijn Wahoo. Verkeerd rijden was dan ook niet mogelijk, behalve dat ik bij de eerste afslag fout ging en een groot deel van de route kan ik dromen.

De eerste meters. Nog een beetje onwennig. Gevoel van het staan zoeken. Het iets smallere stuur.

Maar na het eerste stukje vond ik het gevoel. Ik merkte dat mijn zadel ietsje hoger staat. Klopt ook wel na de laatste meting.
Kleine klimmetjes. De fiets wil. Iedere meter gaat naar voren. Kan dat nog beter dan op de SL7. Je zou de ken van niet met het slankere samenspel van de buizen bij het brackethuis, maar toch is het zo.
Een stijl stukje bergaf. Meestal is dit een punt om op nieuw materiaal voorzichtiger te doen. Met de SL8 niet. Wat een stuurbedrag. Ik voel me zeker en kom sturend uit waar ik naar toe wil. Heerlijk.

Ik rijd door, of is het meer langs, Brixen. Slingerend om de A22. Op weg naar Klausen. Het plaatsje waar ik meestal keer als ik vanuit Tramin deze kant op fiets. De wegen worden dus steeds bekender. Het is het lang rijden over een fietspad. Wel af en toe met een gravel pad.

Een mooi stuk door een kloof door tunneltjes waar ooit een treintje doorheen gereden moet hebben. Hier loopt het licht bergaf en kan ik goed tempo houden. Nog even en ik ben in Bolzano en kan ik mijn bidons vullen. In Bolzano is het drukker en ligt het fietspad nog steeds opgebroken. Ik slinger me er rustiger tussendoor. Vooral geen zaterdagse dagjesmensen aanrijden.

Gelukkig. De kraan. Ik ben toe aan extra water. Het is warm aan het worden. We zitten achter in de 20 graden. Wind op kop. Fietsen wordt werken. Op naar Tramin.

Korte blik op de volgende bestemming na Mecki’s. Geen tijd voor een glas Gewürztraminer. Ik moet nog ongeveer 85 kilometer. De eerste vermoeidheid begint zich aan te melden.
Ik wordt ingehaald door een groepje dat er een lekker tempo op nahoud.

Zij rijden in twee dagen naar het Gardameer en zijn vandaag gestart in Brixen. Ik sluit aan en kan me een stukje verstoppen. Scheelt tegenwind, maar vraagt wel een iets hoger tempo.
Zij hebben dorst en stoppen bij een Bicigril langs de weg. Ik twijfel om het zelfde te doen, maar kies er voor om door te rijden. Ik wil door en dan maar zelf worstelen met de wind.

De zon brandt. De kilometers tikken door. De vermoeidheid groeit.
Als ik denk al in de buurt te zijn van Trento vul ik nog maar een keer een bidon. Dorst. De warmte begint echt een rol te spelen.

Ik was er nog niet helemaal, maar toen ik de herkenningspunten begin te zien, zag ik het weer wat meer zitten. Nu op naar Rovereto. Ik hakte de rit steeds meer in stukjes.
Ik kom een fietser tegen en verstop me nog maar eens een keer.

Jammergenoeg slingerde hij nogal en was het daarom lastig om echt goed in het wiel te blijven zitten en echt het optimale voordeel te hebben. Maar het was tenminste iemand die een tempo aangaf en waarbij ik alleen maar moest proberen te volgen. Heel eenvoudig ging het allemaal niet meer.

Rovereto en haar wielrenners beelden. Heel ver is het niet meer, maar het gaat nog wel heel zwaar worden. Eerst een stijle klim met een uitloper naar Mori. Het laatste deel van Mori naar Loppio, waar ik toch nog een bidon vul, loopt dan nog eens valsplat omhoog. Afsluiten doen we het dan nog een keer met een stijl rot ding het laatste pasje op.
Daar boven aangekomen wilde ik het liefste mijn maag ledigen, om het woord kotsen te vermijden. Een dag zoetigheden en veel drinken met daarbij een laatste inspanning om boven te komen, werd er bijna te veel aan.
Wat overbleef was een afdaling, Torbole in. Niet een afdaling om van te genieten, maar een afdaling om goed op te letten. Afronden met een stukje door het dorp.

Wat was ik blij E te zien staan. Het nekkie was er af, zoals Boogerd dat zei. Helemaal leeg. Lichaam toch nog moeten wennen aan de nieuwe houding ook.

Strava uitzetten en drinken. En praten natuurlijk. Eerst over E en mijn belevenissen van de dag en dan met Rinaldo over wat er in de zomer gebeurt is. Glazenrek van de muur, medewerkster met nierproblemen, te hete zomer en meer van dat soort Italiaans drama.

Blij er weer te zijn. Tevreden dat ik het gedaan heb. Helemaal gesloopt dat ook.
Mijn moeder herinnerde zich dat ik de vorige keer had geschreven: dit nooit meer! Ik ben blijkbaar meer ezel dan ik wil geloven.

Het is nu zondag. Mijn lichaam herinnert zich de rit van gisteren nog heel erg goed.
Goh, Arnoud, wat ontzettend goed van je. Pluim en petje af!
LikeLike