Ik kijk deze hele maand al uit naar de 11e. Nu weten de meesten wel dat ik niet zo carnavalesk ben en dat ik niet in boerenkiel met steek het café in zal stappen voor een meter bier. Ik ben meer van het lycra, de helm, de polderwegen en een bidon met sportdrank.
Maar de stormen met de meest mooie namen en de daarbij horende neerslag zorgden er voor dat het er nog niet van was gekomen. Doorweekt en fris zijn een uitnodiging voor ziek en dat is wel het laatste waar ik zin in heb als ik het denk te kunnen voorkomen.
Maar wat bleek deze zondag. Niet te veel wind. Droog. Een waterig zonnetje. Maar wel natte en modderige wegen met het nodige blad en temperaturen die aan winter deden denken.
Dus met een klein zetje ging ik naar buiten. Als je eenmaal het uurtje binnen fietsen aanvaard hebt, dan is nu eenmaal een winter kit aantrekken ook weer een opgave. Maar ik ging naar buiten. Zonder moeilijk te doen had ik besloten. Naar het rondje in de polder. Paar blokjes om. Alleen voor de kilometers. Niet voor de schoonheid van de route. Die 11e lonkte namelijk nog. De november 100.

Hoe saai misschien ook, de eenvoud heeft ook wel wat. Ik reed het blokje, meest rechts op de kaart, 4 en een half keer. Net als bij intervallen telt, met nog 3 te gaan denk je “hoe klaar ik dit”, bij nummer 2 denk je “al op de helft” en bij 1 “was dit het nou”.
Ik probeerde vooral mijn vermogen in Zone 2 te houden. Het duurwerk. Strava liet zien dat mijn hart er wel wat steviger voor moest kloppen, maar het voelde tijdens het rijden goed. Mijn Wahoo liet zien dat de gemiddelde, gevoels-, temperatuur 3 graden was en zelfs 0 als minimum. Dat lijkt fris, maar zo voelde het eigenlijk niet.
Ik ben blij met deze 100. Weet nu ook weer dat als er aangegeven wordt dat een weg is afgesloten, dat, dat dan ook zeker het geval kan zijn, de Knardijk. Weet ook dat willen, kunnen is.
Met deze rit zijn de jaarkilometers van 10.000 ook gehaald. Nog een tick de box.
Wat ontzettend goed, Arnoud!
LikeLike