We schrijven de midden jaren 80 van de vorige eeuw. Mijn fietsgekte begint nu echt op gang te komen. Opeens is hij daar. Een renner uit Mexico. Hij rijdt bij Seven Eleven. Een ploeg die vooral speciaal is. Een stel gekke Amerikanen bij elkaar, met nog wat specialere aanwas. Ze rijden in de Tour de France, onder leiding van Eric Heiden die als ploegarts mee is, bewust de auto’s die ze krijgen van de organisatie de vernieling in. Schijnen zelfs hamburgers te eten. Gekkigheid.
Ik ben fan van Alcala. Hij wisselt naar PDM. Ze rijden op Concorde. Ik ook. Trots. Alcala rijdt met blauwe Sidi’s die ik ook heb. Beter kan het in die tijd niet. Samen met Rooks en Theunisse. In de buurt van Alkmaar kom ik Rooks ook wel eens tegen.
Alcala heeft een korte carrière, waarbij hij ook Wordperfect en Motorola, beginjaren van Armstrong, aandoet.
Mexicaanse wielrenners. Het zijn er niet veel. We kunnen nu uitkijken naar een nieuwe renner: Del Toro. Van de stier. Een speciale. Eentje die als training in een wedstrijd het peloton voorbij sprint. Die het probeert om achter Remco Evenepoel aan te gaan. Onthoudt die naam.
De dood of de gladiolen.
De dood waar in Mexico wat anders mee omgegaan wordt. Een skelet is niet (alleen) om angst aan te jagen. Op de eerste twee dagen van november wordt er extra aandacht en liefde gegeven aan de herinnering van overledenen.

Mijn nichtje was in Mexico. Kwam daar op een kunstmarkt deze fietser tegen. Het ideale Mexicaanse cadeau voor iemand die fietsen ademt. Een speciale print. Misschien is het voor de Dia de los Muertos. Voor mij is het meer en krijgt hij een mooi plekje.
Mooi geschreven!!!!!
LikeLike