Ik moest er aan geloven

Ik kan me niet voorstellen dat ik hier alleen in sta, maar ik houd niet van slechte beoordelingen. Ik wil graag de beste versie van mezelf zijn en zie dat ook graag terug komen in een beoordeling.

Op de fiets is de beste beoordeling hoe fit je bent. Fitheid dat je terug kunt zien in je FTP en dan nog beter uitgedrukt in watt per kilo.

Het eenvoudigste om te proberen geen slechte beoordeling te krijgen is de beoordeling te ontlopen. Ontduiken is misschien nog wel een beter woord.

Dat deed ik dus.

Tot vandaag.

Want ook al geeft het niet hebben van de cijfers het idee dat ze nog wel het zelfde zullen zijn zoals je graag wilt dat ze zijn, dat hoeft niet. Daar hebben we precies het belang. Als je wil trainen volgens wattage, moet je wel de juiste cijfers hebben. Ze zijn namelijk de basis voor de inspanningen die je moet en mag leveren.

Ik wil weer trainen en niet alleen maar fietsen en moest daarom mijn angsten op zij zetten. De weegschaal op en daarna de inspanning op Zwift gaan rijden. Ik koos voor Ramp test. Iedere minuut 20 watt er bij. Van je laatste minuut wordt 75% genomen en dat vertegenwoordigd je FTP. In Zwift zorgt de Ergo mode er voor dat het wattage wordt aangegeven en dat je alleen maar hoeft te proberen de pedalen rond te krijgen. In het begin enorm makkelijk, maar opeens kom je aan je max en is het rondkrijgen van de pedalen met een redelijk aantal omwentelingen amper mogelijk.

Mijn cijfer is nu een FTP van 225 en daarmee praktisch gelijk aan de cijfers van afgelopen najaar toen ik de laatste test deed, bij een gelijkwaardig (hoog) gewicht. Volgens Garmin is dat een redelijke watt/kg en volgens Zwift is het ongetraind.

Ik ken mijn plek en weet dat er getraind moet worden.

Join heb ik inmiddels aangezet. Startpunt 11,6 (van 50) . In Strava is het 39.

Ik ga maar even zitten om dit te verwerken en ga morgen zeker op mijn zadel zitten.

Een gedachte over “Ik moest er aan geloven

Plaats een reactie